Deze tempel is tussen 118 en 125 jaar na Christus gebouwd.
Later, in 609, werd deze door keizer Phacas geschonken aan Paus
Bonifatius IV, die de basiliek wijdde aan de Heilige Maria en de
martelaren, Santa Maria ad Martyres.
Hierdoor is het een van de weinige niet christelijke tempels in
Rome die niet werd afgebroken.
Vanaf de Renaissance werd het Pantheon gebruikt als begraafplaats voor belangrijke Italianen, zoals bijv. Victor Emmanuel II.
Het ronde gebouw bestaat uit een grote betonnen koepel van 43,3
meter met in het midden een opening van 8,7 meter.
Tot op heden is het de grootste koepel ter wereld van
ongewapend beton.
Door de grote opening bovenin, het oog, blijft de koepel soepel en
is het bestand tegen aardbevingen.
Door de opening kan echter ook de regen naar binnen, vandaar
dat de vloer licht gebogen is, zodat het regenwater vanzelf
afgevoerd wordt.
De koepel heeft een zuilengang met drie rijen Korinthische zuilen,
in totaal 16 stuks.
Het interieur is geschilderd door Giovanni Paolo Panini.